Nadat zijn verwondingen waren behandeld vertelde de dokter hem dat de Duitsers wisten waar hij was en dat het zinloos was zich te verschuilen. Vrijwel meteen daarna arriveerde een soldaat die hem een revolver tussen zijn ribben stak en hem naar het lokale politiebureau bracht. Hij kon zijn geluk niet op toen Ken daar ook binnen kwam lopen. Ken droeg klompen omdat hij zijn vlieglaarzen was verloren. Helaas hadden drie van de zeven bemanningsleden de crash niet overleefd. Uiteindelijk kwamen ze aan in Frankfurt maar de stad was de vorige nacht flink gebombardeerd en omdat ze in uniform waren werden ze verwelkomd door een menigte agressieve stedelingen. Gelukkig werden ze beschermd door de politie. Na ondervraging en een 18 uur lange treinreis kwamen ze aan in een krijgsgevangenenkamp in Boven-Silesië. Toen ze binnenkwamen kregen ze te horen dat de Geallieerden waren geland in Normandië en dat het D-Day was.
Puur overleven
Het leven werd harder des
te verder de Geallieerden naar Duitsland oprukten. Ze werden constant verplaatst van kamp naar kamp, altijd te voet en met weinig tot geen voedsel. Als ze beschutting konden vinden hadden ze geluk. Zelfs een schuur was een luxe, vooral als ze in de buurt van de dieren konden slapen voor warmte. In dit stadium, met karige voedselrantsoenen, vielen veel mensen uit door oververmoeidheid en velen hadden dysenterie. Het was eerder een slagveld dan een mars te noemen. Ontsnappen was geen optie, zelfs als ze het zouden proberen, zouden ze omkomen van de kou in temperaturen die tot min 12°C daalden. Op een gegeven moment voegde een aantal terugtrekkende Duitse soldaten met door paarden getrokken karren zich bij de groep. De meeste van deze paarden overleden tragisch genoeg door pure uitputting maar ze hadden hierdoor op z’n minst weer iets te eten.
Bevrijd
Uiteindelijk arriveerden er soldaten van het Russische leger, onder wie veel vrouwen. De gevangenen dachten dat het gevaar nu geweken was maar dat liep uit op een teleurstelling. Toen een groep Amerikanen kwam weigerden de Russen hun gevangenen te laten gaan. Het was een politieke kwestie. De groep besloot het erop te wagen en verliet het kamp in het donker om op eigen gelegenheid de Amerikaanse linies te bereiken. Onderweg werden ze opgemerkt door een paar Russische soldaten. Ze hadden gelukkig inmiddels geleerd wat in het Russisch te schreeuwen, waarna ze wat kleine aandenkens uitwisselden. Dick gaf één van de Russen zijn Flight Sergreant insigne. De Rus kwam op zijn beurt op de proppen met een stuk paardevlees dat in een klein pakketje was gewikkeld. Na een eeuwigheid lopen bereikten ze de rivier de Elbe. De Amerikanen namen ze mee naar (hoe ironisch…) Braunschweich, vanwaar ze naar Brussel werden gevlogen en van daar door naar Engeland. Dick kwam uiteindelijk per trein aan op Barnstaple Junction waar zijn tante hem met de Union jack (Engelse vlag) en een dike knuffel verwelkomde. Hij was één van de gelukkigen die het overleefd hadden – een feit dat hij te danken zei te hebben aan leeftijd en conditie. Veel van de oudere mannen waren minder fortuinlijk en we zullen wel nooit precies weten hoeveel er niet thuisgekomen zijn.
Om van zijn beproeving te herstellen verbleef Dick bij het gezin Boles op Woodbury farm, dat familie van hem was. Hij had zo lang met honger doorgebracht dat hij smachtte naar een maaltijd met gekookt konijn en aardappelen. Het verhaal had een gelukkig einde in 1945 toen Dick alsnog getuige was tijdens het huwelijk van Ken. Het was een geweldige hereniging.