Volksliederen & Gedichten

Wilhemus van Nassouwe

Aangezien het Nederlandse, reeds uit de 16e eeuw stammende en daarmee oudste, volkslied ter wereld maar liefst 15 coupletten bestrijkt, beperken we het zingen doorgaans tot het eerste couplet, in sommige gevallen gevolgd door het zesde.

Wilhelmus van Nassouwe
ben ik, van Duitsen bloed,
den vaderland getrouwe
blijf ik tot in den dood.
Een Prinse van Oranje
ben ik, vrij onverveerd,
den Koning van Hispanje
heb ik altijd geëerd.
Mijn schild ende betrouwen
zijt Gij, o God mijn Heer,
op U zo wil ik bouwen,
Verlaat mij nimmermeer.
Dat ik doch vroom mag blijven,
uw dienaar t’aller stond,
de tirannie verdrijven
die mij mijn hart doorwondt.

God save the Queen

God Save the Queen (God Beware de Koningin) is het volkslied van het Verenigd Koninkrijk en haar kolonies, Norfolk en een van de twee volksliederen van de Kaaimaneilanden en Nieuw-Zeeland (sinds 1977). Het is verder het koninklijk lied van de Britse koninklijke familie en het koninklijke volkslied van Canada (sinds 1980), Australië (sinds 1984), Gibraltar, het eiland Man, Jamaica, en Tuvalu. Als de Britten een koning hebben wordt het lied God Save the King (God Beware de Koning).
Er is geen algemeen goedgekeurde versie van het lied, en het is ook nooit officieel aangewezen als volkslied door het Britse parlement of door de koning. In het algemeen wordt er 1 vers gezongen, soms twee.


God save our gracious Queen,
Long live our noble Queen,
God save the Queen:
Send her victorious,
Happy and glorious,
Long to reign over us:
God save the Queen.

O Lord, our God, arise,
Scatter her enemies,
And make them fall:
Confound their politics,
Frustrate their knavish tricks,
On thee our hopes we fix:
God save us all.

Thy choicest gifts in store,
On her be pleased to pour;
Long may she reign:
May she defend our laws,
And ever give us cause
To sing with heart and voice
God save the Queen.

Not in this land alone,
But be God’s mercies known,
From shore to shore!
Lord make the nations see,
That men should brothers be,
And form one family,
The wide world over.

From every latent foe,
From the assassins blow,
God save the Queen!
O’er her thine arm extend,
For Britain’s sake defend,
Our mother, prince, and friend,
God save the Queen!

Lord grant that Marshall Wade
May by thy mighty aid
Victory bring.
May he sedition hush,
And like a torrent rush,
Rebellious Scots to crush.
God save the Queen!

Voor de gesneuvelden

Met trotste dank, een moeder voor haar kind,
rouwt Engeland om haar doden, hier aan de overkant.
Vlees van haar vlees, geest van haar geest,
gevallen voor een naam, die vrede heet.

Plechtig huiveren de trommels: een dode augustus
vol koningsliederen, verdriet dat zingt in onsterfelijke tonen.
Er is daar zelfs een liedje, in ’t midden van die leegte
als een glorie die schijnt, maar in de diepte van onze kloven.

Met deze liederen gingen zij; naar de oorlog, en jong waren ze nog:
Rechte ruggen, steevast, een waarheid blinkend in hun ogen.
Ze waren trouw tot over ’t einde, zelfs toen de kansen keerden:
Gevallen voor de vijand, maar diep hun ogen ingekeken.

Oud zullen ze niet worden, terwijl oud ons enkel rest.
Geen kommer om de jaren; geen schuldgevoel om dragen.
Wanneer de zon haar stralen laat; ’s morgen vroeg de verte raakt
zullen we hen herdenken.

Hun lach vertoeft niet meer onder vrienden.
Hun plaats aan tafel is leeg.
Arbeid is niet langer aan hen besteed.
Ze slapen, Engeland heeft hen zacht toegedekt.

Maar waar onze verlangens, onze diepste hoop,
een goede inval daar, een verloren droom,
zijn z’in Engeland, met ’t diepste hart verbonden
als sterren, zoals de nacht dat enkel weet.

Wanneer ze schitteren, en wij tot stof en as zullen zijn,
gaan zijn vooruit, in rechte rijen langs ’t hemels veld.
Als sterren helder, en wij slechts duister,
staan zijn aan ’t einde…ze zullen blijven.

Oud zullen ze niet worden, terwijl oud ons enkel rest.
Ze kommeren niet om jaren en hebben geen schuldgevoel om dragen.
Wanneer de zon haar stralen laat; ’s morgen vroeg de verte raakt
zullen we hen herdenken.

Vrije vertaling van “For the Fallen, Laurence Binyon” – Door Luc Vanbeselaere

 

Laurence Binyon (1869-1943), de schrijver van dit gedicht, werd geboren in Lancaster in 1869. Na zijn studie aan het Trinity College in Oxford, waar hij de Newdigate poëzie pijs won, werkte hij voor het Brits Museum alvorens deel te nemen aan de (1e Wereld-) oorlog. In de tijd dat hij werkzaam was voor het Brits Museum ontwikkelde hij een expertise in Chinese en Japanse kunst. Naast zijn meest bekende gedicht “Voor De Gesneuvelden” (1914), waarvan het vierde vers het meest bekend door voordracht tijdens talloze oorlogsherdenkingen, publiceerde Binyon werk over o.a. Botticelli en Blake. Na de oorlog keerde hij terug naar het Brits Museum. Zijn gebundelde gedichten zijn in 1931 gepubliceerd.

In Vlaanderens velden

In Vlaanderens velden
door luitenant-kolonel John McCrae

“In Vlaanderens velden bloeien de klaprozen
Tussen de kruisen, rij aan rij
die onze plek aangeven; en in de lucht
vliegen leeuweriken, nog steeds dapper zingend
al hoor je ze nauwelijks te midden van het kanongebulder aan de grond.

Wij zijn de doden. Enkele dagen geleden
leefden we nog, voelden de dauw, zagen de zon ondergaan
beminden en werden bemind en nu liggen we
in Vlaanderens velden

Neem ons gevecht met de vijand weer op:
Tot u gooien wij, met falende hand
de toorts; aan u om haar hoog te houden
Als gij breekt met ons die sterven
zullen wij niet slapen, ook al bloeien de klaprozen
in Vlaanderens velden.”

“In Flanders Fields” is een gedicht van de Canadese militaire arts en dichter John McCrae (30 november 1872 – 28 januari 1918). De definitieve versie schreef hij op 8 december 1915. McCrae stierf toen hij nog tijdens de oorlog in een veldhospitaal werkte, aan longontsteking op 45-jarige leeftijd. Het gedicht verwoordt waarom de Britten de klaproos als symbool gebruiken voor het gedenken van hun oorlogsslachtoffers.