English

Het verhaal van Dick Raymond

 

Een vliegende start

Dick Raymond tijdens zijn trainingDick Raymond werd geboren in Barnstaple, Devon, waar zijn vader een bakkerij bezat. Toen de oorlog in 1939 begon werden twee bakkersknechten, die bij de Nationale Reserve zaten, opgeroepen. Dit betekende dat Dick, die toen 15 was, van school af moest om in de bakkerij te helpen. Uiteindelijk lukte het zijn vader vervanging te regelen waarop Dick alternatief werk vond in een garage, wat een welkome verandering was op een werkdag die om 05:00 uur begon.

Na enige tijd in het Air Training Corps te hebben gezeten en ingezet te zijn als boodschapper voor het waarschuwen van de bevolking voor luchtaanvallen meldde hij zich in 1942 aan als vrijwilliger bij de Royal Air Force en werd hij getraind als grondwerktuigkundige alvorens zich vrijwillig aan te melden als boordwerktuigkundige voor de vliegdienst.

In augustus 1943 maakte hij als boordwerktuigkundige zijn eerste vlucht in een Lancaster bommenwerper en werd hij deel van haar zevenkoppige bemanning. Hij had maar 12 uur en 15 minuten vliegtijd in zijn log terwijl de rest van de crew ver over de 100 had. De vlieger, ofwel de "skipper", was Flying Officer Hyde. De crew werd toegewezen aan No.83 Pathfinder Squadron op RAF Wyton, in Huntingdonshire. De stationscommandant was Group Captain Donald Searby DSO, DFC, een veteraan met z'n 25 jaar, terwijl Dick pas 19 was.

Operationeel

Na verscheidene trainingen was Dick's eerste operationele vlucht naar Kassel, Duitsland, een 5 uur en 35 minuten lange nachtvlucht. De bemanning kwam zonder verliezen terug. Kassel werd gevolgd door Keulen en tweemaal Berlijn.

Gered van het noodlot

Na de derde briefing voor Berlijn wandelde Dick naar de hut van het grondpersoneel terwijl het vliegtuig beladen werd met bommen. Vlak daarna was er een enorme explosie en Dick vond zichzelf ineens bedolven onder de overblijfselen van de hut. De bom die men bezig was te laden was afgegaan en had drie bemanningsleden gedood. Van het lichaam van de navigator is nooit meer iets teruggevonden. Een aantal mensen van het grondpersoneel waren ook gesneuveld, waaronder een jong meisje dat de transporttruck had gereden waarmee ze naar de opstelplaats waren gebracht. Na een tijd met een gewond been in het ziekenhuis te hebben doorgebracht keerde Dick terug naar Wyton om daar te ontdekken dat hij de enige overlevende was van de originele crew. De jongen waarmee hij het meest bevriend was, een rugkoepelschutter, was een Amerikaan in de RAF. Hij was gesneuveld terwijl Dick in het ziekenhuis lag.
Dick ontmoette zijn volgende skipper, Flight Sergeant Ken Lane, in de onderofficierenmess. Hij vertelde Dick dat hij bwk zou worden in zijn crew. Ken was een uitstekende vlieger en de twee werden vrienden voor het leven.

Dick begon in februari 1944 weer met operationele vluchten, de eerst naar Berlijn, een trip van zeven uur, gevolgd door Leipzig, Schweinfurt en daarna de desastreuze vlucht naar Nürenberg. Die nacht verloor de RAF 97 vliegtuigen en 680 bemanningsleden.

Nogmaals gered

De volgende missie was naar München. Maar over het doel werd het toestel geraakt door antiluchtdoelgeschut na te zijn gegrepen door de zoeklichten. Eén motor was geraakt en raakte in brand, gevolgd door een tweede motor. Het vliegtuig vloog nu op maar twee van haar vier motoren. In de duik om het vuur uit te krijgen had de bommenwerper veel hoogte verloren, wat betekende dat de crew alles wat niet nodig was overboord moest gooien om maar lichter te worden. Op dat moment kwamen ze er achter dat de bommen niet waren afgeworpen door een niet goed functioneren ontgrendelingsmechanisme. Gelukkig werkte de noodontgrendeling en konden ze de lading alsnog afwerpen. Na zoveel hoogteverlies worstelde Ken om de kist op twee motoren in de lucht te houden. Met veel pijn en moeite staken ze de Noordzee over en maakten ze een noodlanding op het eerste vliegveld dat ze zagen. Het bleek een Amerikaanse basis te zijn en de bemanning werd als helden ontvangen met een riant ontbijt voor ze naar Wyton teruggingen. Voor zijn uitmuntende vliegprestatie werd Ken Lane onderscheiden met het Distinguished Flying Cross (DFC).

In de neus van een Lancaster

Het noodlot wacht hen die...

Dick vloog nog drie missies voor de crew werd gebriefed voor een missie naar Braunschweich. Maar onderweg over de Nederlandse kust werden ze aangevallen door een Duitse nachtjager die het toestel link beschadigde. Dick zat in de neus van het vliegtuig en kon niets anders doen dan zijn parachute aanhaken en springen. Terwijl hij op 20.000 voet aan zijn chute hing zag hij het vliegtuig exploderen. Ze hadden een volle lading met zes 1.000 pond en één 4.000 pond bommen vervoerd. Het was rond twee uur in de morgen en Dick herinnerde zich de teleurstelling dat hij de bruiloft van zijn beste vriend Ken nu wel zou missen waarbij hij getuige zou zijn. Na zijn landing begroef hij volgens instructie zijn parachute, die meteen weer door de mensen die hem hadden zien landen werd opgegraven. Gelukkig bleken dat Nederlanders. Als hij een kwartiertje eerder was gesprongen was hij in de Noordzee geland. Hij kreeg bruin brood met geitenkaas voorgeschoteld alvorens door een dichtbij wonende dokter te worden opgehaald achterop een motorfiets.

Nadat zijn verwondingen waren behandeld vertelde de dokter hem dat de Duitsers wisten waar hij was en dat het zinloos was zich te verschuilen. Vrijwel meteen daarna arriveerde een soldaat die hem een revolver tussen zijn ribben stak en hem naar het lokale politiebureau bracht. Hij kon zijn geluk niet op toen Ken daar ook binnen kwam lopen. Ken droeg klompen omdat hij zijn vlieglaarzen was verloren. Helaas hadden drie van de zeven bemanningsleden de crash niet overleefd. Uiteindelijk kwamen ze aan in Frankfurt maar de stad was de vorige nacht flink gebombardeerd en omdat ze in uniform waren werden ze verwelkomd door een menigte agressieve stedelingen. Gelukkig werden ze beschermd door de politie. Na ondervraging en een 18 uur lange treinreis kwamen ze aan in een krijgsgevangenenkamp in Boven-Silesië. Toen ze binnenkwamen kregen ze te horen dat de Geallieerden waren geland in Normandië en dat het D-Day was.

Puur overleven

Het leven werd harder des te verder de Geallieerden naar Duitsland oprukten. Ze werden constant verplaatst van kamp naar kamp, altijd te voet en met weinig tot geen voedsel. Als ze beschutting konden vinden hadden ze geluk. Zelfs een schuur was een luxe, vooral als ze in de buurt van de dieren konden slapen voor warmte. In dit stadium, met karige voedselrantsoenen, vielen veel mensen uit door oververmoeidheid en velen hadden dysenterie. Het was eerder een slagveld dan een mars te noemen. Ontsnappen was geen optie, zelfs als ze het zouden proberen, zouden ze omkomen van de kou in temperaturen die tot min 12°C daalden. Op een gegeven moment voegde een aantal terugtrekkende Duitse soldaten met door paarden getrokken karren zich bij de groep. De meeste van deze paarden overleden tragisch genoeg door pure uitputting maar ze hadden hierdoor op z’n minst weer iets te eten.

Bevrijd

Uiteindelijk arriveerden er soldaten van het Russische leger, onder wie veel vrouwen. De gevangenen dachten dat het gevaar nu geweken was maar dat liep uit op een teleurstelling. Toen een groep Amerikanen kwam weigerden de Russen hun gevangenen te laten gaan. Het was een politieke kwestie. De groep besloot het erop te wagen en verliet het kamp in het donker om op eigen gelegenheid de Amerikaanse linies te bereiken. Onderweg werden ze opgemerkt door een paar Russische soldaten. Ze hadden gelukkig inmiddels geleerd wat in het Russisch te schreeuwen, waarna ze wat kleine aandenkens uitwisselden. Dick gaf één van de Russen zijn Flight Sergreant insigne. De Rus kwam op zijn beurt op de proppen met een stuk paardevlees dat in een klein pakketje was gewikkeld. Na een eeuwigheid lopen bereikten ze de rivier de Elbe. De Amerikanen namen ze mee naar (hoe ironisch…) Braunschweich, vanwaar ze naar Brussel werden gevlogen en van daar door naar Engeland. Dick kwam uiteindelijk per trein aan op Barnstaple Junction waar zijn tante hem met de Union jack (Engelse vlag) en een dike knuffel verwelkomde. Hij was één van de gelukkigen die het overleefd hadden – een feit dat hij te danken zei te hebben aan leeftijd en conditie. Veel van de oudere mannen waren minder fortuinlijk en we zullen wel nooit precies weten hoeveel er niet thuisgekomen zijn.

Om van zijn beproeving te herstellen verbleef Dick bij het gezin Boles op Woodbury farm, dat familie van hem was. Hij had zo lang met honger doorgebracht dat hij smachtte naar een maaltijd met gekookt konijn en aardappelen. Het verhaal had een gelukkig einde in 1945 toen Dick alsnog getuige was tijdens het huwelijk van Ken. Het was een geweldige hereniging.

Dick Raymond in zijn operationele tijd
Vrienden voor het leven

Dick heeft samen met zijn vrouw, Rose, Nederland vele malen daarna bezocht en ze vonden daar altijd een warm onthaal. Rose is inmiddels helaas overleden maar Dick en zijn Nederlandse vrienden bezoeken elkaar nog steeds trouw.

Dick diende nog enkele jaren in de RAF, maar dat is weer een heel ander verhaal.

Bron: Het leeuwedeel van dit artikel is gepubliceerd in 'This is North Devon'.

Naar pagina R.F. Raymond