English

Een Oorlogsdagboek

Door Ken A. Lane, 1943

Vliegtuig gebruikt voor deze operatie: “H”

NAAR BRAUNSCHWEICH BIJ NACHT

 

Klaar voor vertrek

We waren allen redelijk zelfingenomen toen we vernamen dat we op de gevechtsorder voor de missie deze nacht stonden nadat we al enige tijd niets hadden gevlogen. Na de gebruikelijke voorbereidingen - briefing, maaltijd voor de vlucht, aankleden, etc., stonden we bij het toestel de tijd voor vertrek af te wachten. 

Het doel van vandaag, Braunschweich, werd tamelijk pittig geacht maar niemand in de crew scheen bezorgd, op Dave na misschien, die niet geheel zichzelf was. Of hij een voorgevoel had kan ik niet zeggen maar hij was in ieder geval een beetje licht geraakt en kon sommige van onze humor niet waarderen. We lieten voor de grap het onderwerp "going for a Burton" vallen en vooral dit schoot bij Dave in het verkeerde keelgat.

(red.: In de 2e Wereldoorlog was dit een veelgebruikte uitdrukking in de RAF. Het kwam van een reclame voor Burton Ale - als iemand in een gezelschap miste, bijv. een lege stoel of zo, was het veelgehoorde antwoord "He's gone for a Burton". RAF crews gebruikten dit als een eufemisme voor mensen die waren omgekomen of tijdens een missie vermist waren)

Dit doet me denken aan de vreemde boodschap die met krijt op de voor ons gereserveerde tafel stond tijdens de briefing. Deze luidde als volgt "The chop awaits all who are briefed here - Een ieder die hier gebriefed wordt gaat voor de bijl”. Dit korte zinnetje bleek maar al te waar - in ieder geval voor ons maar dat wisten we toen nog niet en we beschouwden het als een grap. 

De take-off zou om 22:44 zijn, het was al snel zo laat. We taxieden via de rand van het veld naar de startbaan en stegen zonder incidenten op. De gebruikelijke zucht van verlichting als de wielen van de grond loskwamen volgde. Om wat overtollige tijd weg te vliegen cirkelden we rond de basis. Het grote moment naderde snel en we legden tijdens de klim onze koers voor terwijl we richting de kust vlogen - het laatste stukje Engeland achter ons latend konden we de zee net in de schemering onderscheiden. Ik zette de zuurstof aan op 8000ft, levelde de kist af toen we de operationele hoogte bereikten en zette de automatische piloot aan zodat ik me een beetje kon ontspannen. Ieder bemanningslid was via de intercom opgeroepen, ze gaven allen hetzelfde antwoord "Alles in orde". Terwijl we de Nederlandse kust naderden nam ik de controls weer over. 

Vijand in zicht

Niet lang na het passeren van de kust meldden mijn schutters een jager die ons klaarblijkelijk volgde. Beide schutters klonken buitengewoon rustig, wat de spannende situatie verzachtte. Op een gegeven moment was het nodig een draaiende duikvlucht uit te voeren waarna Dave en Stan de lucht afspeurden maar de jager niet meer in het vizier kregen. Zonder verdere meldingen vlogen we enige minuten door. Om wat tijd kwijt te raken vloog ik een klein stukje om en draaide daarna op onze nieuwe koers. 

In lichterlaaie

We zaten nog geen paar minuten op deze koers toen drie explosies aan de onderzijde van het vliegtuig voelbaar waren. Een snelle blik over mijn linker schouder werpend, zag ik dat de linker binnenmotor als een fakkel brandde. Ik reikte door de cockpit naar de vaanstandknop om de uitgeschakelde motor in vaanstand te zetten maar werd in mijn stoel teruggeworpen door een serie ontploffingen die het gehele vliegtuig scheen te raken. De roeren waren duidelijk geraakt want het werd steeds moeilijker het toestel te besturen en ik moest ongelofelijk veel kracht zetten. Inmiddels brandde de gehele linkervleugel als een vakkel en de romp vulde zich met een dikke rook die het mij onmogelijk maakte nog iets van mijn instrumenten te zien. De rook maakte plaats voor vlammen wat betekende dat we van voor tot achter in de fik stonden en onze flares (red.: lichtfakkels, gebruikt om het doel te markeren) in het ruim onder ons afgingen. Op dit moment gaf ik het commando het vliegtuig te verlaten. Of mijn order was gehoord wist ik niet aangezien er geen tijd voor bevestiging was en de intercom meteen na mijn eerste order al onbruikbaar raakte. 

Al die tijd had ik niets vernomen van Dave of Stan hoewel ik ze via de signaallamp geseind had. Maar ik maakte me over hen geen zorgen, zeker als ik was dat zij daar achterin al lang voor ons, voorin het vliegtuig, de hopeloosheid van de situatie letterlijk zouden zien. Het sturen was nog steeds erg moeilijk. Ik kon Don en Taffy zich langs de zijkant naar de voorste nooduitgang zien spoeden. De radiotelegrafist kroop vlak achter Taffy maar er leek enig oponthoud te zijn bij het trapje dat naar de neus van de kist leed. Het vliegtuig kon elk moment ontploffen en ik wist dat mijn eigen kans op ontsnappen marginaal was. Een paar seconden later was de kans op ontsnappen geheel verkeken toen ik het stuur zonder weerstand in mijn handen hield en de kist in een ongecontrolleerde spin recht naar beneden dook. Dit zal wel veroorzaakt zijn doordat de linkervleugel afbrak, denk ik zo. De voorkant van het vliegtuig kon de krachten niet meer aan en zakte in elkaar. Vlammen likten aan mijn gezicht en handen. Ik zal me altijd de verschrikkelijke stank herinneren van het vliegtuig dat letterlijk om ons heen wegsmolt. De kracht die door de duik werd veroorzaakt tilde mijn radiotelegrafist op mijn schoot. Ik hield me aan hem vast terwijl we door de hele cockpit heen geslingerd werden. We raakten met een flinke klap de zijkant of het dak van de cockpit die enigszins meegaf door de kracht. Op dat moment blies een geweldige explosie ons samen dwars door de kist heen terwijl het om ons desintegreerde.  

Val door de lucht

Ik voelde me vervolgens door de lucht vallen en hoewel ik enigszins verdoofd was probeerde ik mijn trekkoord te vinden. Om de één of andere reden kon ik het n iet te pakken krijgen maar terwijl ik een beetje helderder begon te denken zocht ik het koord in het licht van de vallende brokstukken nogmaals, greep de handle en trok er vliegensvlug aan. Zonder enige herinnering van een harde schok voelde ik me, nog steeds tussen een aantal brandende brokstukken, rustig onderaan mijn parachute heen en weer schommelen. Alles rondom was verlicht en terwijl ik naar beneden keek zag ik de grond haarscherp maar ze leek niet dichterbij te komen. Ineens was al het licht weg, blijkbaar was ik van de vallende brokstukken weggedreven. In direct contrast tot het vreselijke geluid van knetterend vuur en ontploffingen was het nu stil en vredig. Ik hing niet erg comfortabel omdat mijn harnas door mijn eigen nalatigheid slecht aansloot en op mijn rug omhoog was geschoven, waardoor de binnenkant van mijn benen flink werd afgekneld. Ik dacht nog aardig ver van de grond verwijderd te zijn. Het was daarom een erg onplezierige ervaring ineens hard neer te komen in redelijk zachte aarde, die mijn val gelukkig enisgzins brak.  

Op vijandelijk grondgebied

Behouden voor een ramp

Na mijn parachute losgemaakt te hebben stond ik op en keek om me heen. De nog steeds brandende overblijfselen van ons machtige toestel lagen ongeveer anderhalve kilometer van me verwijderd waardoor werd ik even goed aan mijn eigen situatie herinnerd werd. Vreemd genoeg voelde ik geen enkele reactie of emotie maar desondanks knielde ik en dankte ik God voor mijn wonderlijke redding. Op dat moment dacht ik serieus dat ik de enige overlevende was. Hoewel bij het lezen van dit verslag de indruk kan ontstaan dat er langere tijd zat tussen de voltreffer op het vliegtuig en mijn ontsnapping, vond alles in werkelijkheid plaats in luttele seconden. Eenmaal weer aan de grond onderzocht ik mezelf en ik was ervan overtuigd dat mijn beide armen dichtbij de schouders gebroken waren aangezien ze praktisch onbruikbaar waren. M'n benen deden een beetje zeer van de schok van de landing en ik was flink sjacherijnig toen ik ontdekte dat mijn laarzen ergens in de lucht afscheid van me genomen hadden. Ik was omringd door grote hopen aarde en het eerste dat in me opkwam was dat ik in een Duits verdedigingswerk terecht was gekomen, niet echt bemoedigend. Mijn parachute zo goed en kwaad als mogelijk bij elkaar rapend bewoog ik me richting de dichtstbijzijnde hoop aarde, daarbij zo weinig mogelijk geluid proberen te maken. Om de één of andere reden werd ik ineens overmand door vermoeidheid dus ik ging liggen, overdekte mezelf met de zijden stof van de parachute en maakte me gereed te gaan slapen. Een paar minuten later realiseerde ik me ineens hoe stom ik bezig was en ik begon dingen te doen die ik meteen na de landing al had moeten doen. Bijvoorbeeld mijn parachute begraven en maken dat ik wegkwam, mede aangespoord door pistoolschoten die gevaarlijk dichtbij klonken. Het eerste klusje lukte me met enige moeite waarop ik blind strompelend over wortels en door diepe met water gevulde kuilen weg probeerde te komen. Na meermalen in diepe sleuven te zijn gevallen en tot mijn middel in moerassige grond te zijn gezakt kwam ik tot de conclusie dat ik me in het veen bevond en niet in een Duits defensief bolwerk. Dat was een grote opluchting waardoor ik mijn vlucht nu iets voorzichtiger kon voortzetten.

Eerste contact

Intussen was ik koud, nat en zwaar vermoeid. En tot overmaat van ramp zaten mijn voeten onder de sneeën en kneuzingen door de harde grond. Ik besloot ter plekke bij de eerste de beste boerderij aan te kloppen en om schoenen en mogelijk hulp te vragen. Ik liep enige kilometers door, onderwijl een aantal adressen passerend die me niet bruikbaar leken, tot ik langs een zeer geschikt huis kwam. Door het raam was een licht schijnsel zichtbaar. Terwijl ik luid op de deur bonsde dacht ik dat het best vreemd was 's ochtends om 4:30 licht te zien branden. De eerste bons werd beantwoord door het wilde geblaf van een hond aen het volgende moment werd ik benaderd door een grote Duitse Herder. Onder andere omstandigheden zou het een prachtig beest zijn maar op dit moment vond ik 'm wat minder fraai. Ik had echter niet zo bezord hoeven zijn want het duurde niet lang voor ons om vriendjes te worden. De mensen binnen waren blijkbaar bang (kon ze geen ongelijk geven) en ik hoorde een man tegen me in het Nederlands roepen. Het was niet moeilijk te raden dat hij wilde weten wie ik was en wat ik wilde. Met behulp van een pamflet dat ik bij me droeg, waarop veelvoorkomende zinnen stonden in het Frans, Duits en Nederlands, lukte het me de man duidelijk te maken dat ik Engels was en graag binnen wilde komen.

Wat te doen?

Een moment van stilte volgde, ik kon me de worsteling in de man zijn hoofd levendig voorstellen.Uiteindelijk kwam hij tot een besluit en opende de deur behoedzaam. Ik stond tegenover een man en vrouw van middelbare leeftijd, het waren duidelijk arbeiders. Nogmaals mijn pamflet raadplegend had ik een klein gesprekje met ze waarop ik binnengevraagd werd. De kamer was functioneel bemeubeld en werd blijkbaar voor alle leefdoeleinden gebruikt. De enige andere aanwezige was een ongeveer 12- à 13-jarig meisje, best een leuke verschijning. Met handen en voeten en de paar Nederlandse woorden die ik had geleerd van dat van onschatbare waarde zijnde pamflet lukte het me mijn verhaal te vertellen. Eigenlijk was het niet eens zo moeilijk want ze konden het relaas al wel raden nadat ik ze mijn vliegerwings had laten zien en die drie magische woorden Royal Air Force had uitgesproken. Ik warmde mijn voeten aan het zwak brandende vuur en kreeg melk en brood van de aardige vrouw. Onderwijl was de man naar buiten geglipt en kwam terug met vijf of zes andere mannen. Eén van hen was zijn vader, de anderen waren broers. Geen van hen sprak Engels maar ze vertelden me meermalen dat de Duitse grens op een steenworp afstand was en dat feit scheen ze nogal flink dwars te zitten. Het was een grote geruststelling te weten dat ik vrienden had gevonden maar dat geruste gevoel verminderde toen ik doorkreeg dat ik niet de hulp zou krijgen waarop ik had gerekend. Dit kwam aan het licht toen ik mijn kaarten tevoorschijn haalde en hen naar de meest gunstige route vroeg. Ze hadden er geen idee van hoe een kaart te lezen en waren niet bij machte enige hulp te bieden. Eén van de jongste mannen liet me zijn handen zien, ze zaten vol met schrammen en blaren veroorzaakt door het harde werk in het veen onder toezicht van de Duitsers. Ik kon niet anders dan medelijden met ze te krijgen en begreep nu waarom ze zo bang waren.

Vrij snel daarop leken ze het met elkaar eens te zijn en spraken ze nogmaals met me. Deze keer probeerden ze me iets duidelijk te maken dat blijkbaar heel erg belangrijk was. Misschien was mijn hoofd te moe of misschien was ik lichamelijk helemaal wel aan het eind van mijn Latijn maar ik begreep niets van hetgeen ze probeerden te zeggen. In plaats daarvan zat ik wat onderuitgezakt voor het vuurtje en probeerde met alle macht mijn ogen open te houden. Dat was echter geen excuus want een baby kon zelfs raden wat hun onplezierige intenties waren. Hun beslissing was denk ik gebaseerd op angst voor wat er met hun familie zou gebeuren. In ieder geval vertrok één van de mannen om een uur later terug te keren in gezelschap van een politieagent. Hij wenkte me meteen met hem mee te gaan en liet me geen alternatief. Een pistool maakt absoluut dat kleine verschil. De vrouw gaf me een paar klompen, hoewel ze vreselijk oncomfortabel waren bleken ze beter dan niets. Het was bijna 6:30 toen ik gedag zwaaide naar de Nederlandse familie die hun vriendschap zo graag had willen tonen maar wier handen waren gebonden door angst. Ik kan de vrouw nog voor me zien, ze kon haar emoties nauwelijks in bedwang houden terwijl ze mijn groet beantwoordde.

Gevangen... en een geweldige verrassing

De politieman was best een aardige man. Hij kletste in gebroken Engels, onderwijl zijn fiets naast mij voortduwend (ik vraag me af of hij zijn pistool zou hebben gebruikt). We liepen ongeveer een half uurtje op deze manier tot we bij zijn huis aankwamen. Hij liet me binnen en na me aan zijn vrouw te hebben voorgesteld gaf hij me eieren en kaas voor ontbijt. Het behoeft geen betoog dat ik erg dankbaar was voor de rustpauze aangezien de klompen flink zeer deden aan mijn voeten maar ik had eigenlijk totaal geen honger. De aardige vrouw maakte een paar boterhammen voor me om mee te nemen en leende me ook haar fiets zodat we de rest van het stuk naar het politiebureau konden fietsen. De vrouw van de agent gedag zwaaiend vertrokken we. 

We deden er ongeveer drie kwartier over om het politiebureau te bereiken en in vredestijd zou het een mooi ritje geweest zijn, het landschap onderweg was simpelweg schitterend. Een andere agent kwam ons tegemoet bij de ingang en zei tegen me "Comrade inside". Zijn Engels was zo slecht dat de inhoud van zijn opmerking totaal niet tot me doordrong. Maar dat werd gauw genoeg duidelijk want toen ik een kamer rechts van me inliep wachtte me een geweldige verrassing: Dick, mijn boordwerktuigkundige zat daar op een stoel zijn gewonde been de nodige aandacht te schenken. Ik haastte me door de kamer om zijn hand te schudden. We begonnen tot grote hilariteit van de agenten en andere mensen die zich bij ons in de kamer voegden meteen als een stelletje oude wijven te kleppen. Dick vertelde me dat het hem was gelukt de kist via de juiste uitgang te ontvluchten en dat hij zich niets meer herinnerde tot hij de grond raakte. De grote vraag was nu "hoe was zijn parachute geopend?", want hij herinnerde zich ook niet meer het koord te hebben getrokken. Tijdens de landing was zijn been verwond en, net als ik, had hij gedacht de enige overlevende te zijn. De politie kwam spontaan met de informatie dat twee van de crew overleden waren en dat er nog een ander was gevonden met een gebroken been. Hierop sloegen wij aan het speculeren wie wie was maar dat kregen we op dat moment niet te weten.

Ontmoeting met de vijand

Niet veel later kwamen twee Duitse officieren met een auto om ons naar hun hoofdkantoor over te brengen voor visitatie en verhoor. Ik geloof dat we naar een plaats met de naam Emmens werden gebracht maar dat weet ik niet zeker. Als eerste gingen we naar een ziekenhuis waar we werden gefouilleerd, ondervraagd en als laatste onderzocht door een arts. Het was nu ongeveer 9:30 's ochtends. Ik werd bij binnenkomst van het kantoor gesommeerd op een harde stoel zonder rugleuning te gaan zitten. Een gewapende wacht bleef vlak in de buurt maar verder liet iedereen me volledig links liggen. Dit was blijkbaar deel van de methodes om me te breken voor het verhoor begon. Ik zat tot zes uur 's avonds op dat stoeltje zonder eten of drinken en zonder mogelijkheid me enigszins te kunnen ontspannen. Eindelijk kwam er iemand om me te ondervragen, hij werd furieus toen ik weigerde hem ook maar iets van belang te vertellen. Dit duurde enige tijd tot hij verongenoegd de kamer verliet en me kort daarna liet ophalen door twee gewapende wachten die me naar buiten brachten.

Nog een verrassing!

Er wachtte een ambulance bij de ingang waar ik werd ingeduwd. Wederom kreeg ik een verrassing want daar lag Aspinall, mijn radiotelegrafist, met een gespalkt been. Dick zat naast hem. Na elkaar te hebben begroet vroeg ik Aspinall naar zijn verhaal.
Hij vertelde me dat zijn been was geraakt door een scherf van een kanonskogel die het op twee plaatsen had gebroken. Hij had zich desondanks naar de voorkant van het vliegtuig weten te worstelen, waar hij, net als ik, eruit was geblazen. Toen hij geland was besloot hij met zijn pistool in de lucht te schieten om aandacht te trekken. De eerste die te hulp schoot was Don, mijn bommenrichter, die door een ander wonder ook gered bleek. Don verleende zo goed en kwaad als hij kon eerste hulp en verdween daarna om hulp te halen.

Inmiddels racete de ambulance over de oneffen weg, waarbij de arme Aspinall het bij iedere hobbel uitschreeuwde van de pijn omdat de slordig aangebrachte spalk niet voldoende bleek om het been te fixeren. Het duurde een redelijke tijd voor we op onze bestemming aankwamen, die het ziekenhuis van Groningen bleek. Aspinall werd naar boven gebracht om zijn been te laten zetten terwijl Dick en ik wederom werden onderzocht door een arts.

Ik vertelde hem over mijn zo goed als niet bruikbare armen en schouders maar hij zei te vermoeden dat er spieren waren gescheurd en zenuwen beschadigd. Het was een pak van mijn hart te horen dat ze niet gebroken waren en snel weer zouden helen. De verpleegsters waren erg behulpzaam en brachten ons wat eten en drinken, wat ons aanmerkelijk opkikkerde. Nadat zijn been was gezet werd Aspinall bij ons in de kamer gebracht maar hij was nog onder invloed van de narcose.  Hij was nog in dezelfde staat toen we naar een onbekende bestemming moesten vertrekken. Dick en ik werden met een auto van hot naar her gebracht - de Duitsers wisten duidelijk niet waar we de nacht moesten doorbrengen - maar tot slot eindigden we in de bewaringscel van een vliegveld. Hoewel de bedden waren gemaakt van hard hout viel ik van pure vermoeidheid in slaap zodra ik rond 11:30 de ogen sloot.

Onderweg naar Amsterdam

Ik werd vrij vroeg in de ochtend wakker gemaakt door de cipier, die iets had meegenomen dat voor mijn ontbijt moest doorgaan. Het bestond uit hard, droog Duits brood en een kop koffie. Ik proefde van beide en besloot dat mijn maag dat niet trok. Ik zal maar geen moeite doen de smaak te beschrijven want dat is onmogelijk. Om tien uur werd ik opgehaald voor nog weer een verhoor. Tijdens deze sessie kreeg ik de dood van Dave, mijn staartschutter, bevestigd. Blijkbaar was zijn lichaam gevonden en geïdentificeerd middels zijn naamplaatje. De ondervrager meldde me ook dat de andere leden van mijn crew waren gedood maar ik wist niet of ik dit moest geloven en weigerde hem hun namen te geven. Ik kreeg soep als lunch, het was iets beter te eten dan het ontbijt. Na de lunch werden Dick, een RAF-collega en ik naar buiten gebracht waar een vrachtwagen stond te wachten om ons naar het station te brengen.

We stapten aan boord van een onder stoom staande trein en vertrokken al snel daarna. Bij de eerstvolgende halte stapte niemand minder in dan... Don. Hij was opgepakt kort nadat hij Aspinall had geholpen.
Hij vertelde ons vervolgens het verhaal van zijn miraculeuze redding. Blijkbaar was hij bezig zich voor te bereiden om na Dick te springen toen het vliegtuig hem in de neuskoepel omhoogwierp en hij verstrikt raakte tussen de apparatuur. Toen de kist ontplofte werd hij naar buiten geslingerd en kreeg hij de onmogelijke klus voor elkaar zich in vrije val aan zijn parachute vast te gespen. Hij landde zonder een schrammetje en werd gepakt terwijl hij een goed verdekte ontsnappingspoging ondernam.

Een eind verderop werd onze trein aangevallen door de ASAAF. Thunderbolts scheerden laag over om hun kanonnen te legen in de locomotief. Alle passagiers schoten rennend door de velden naar alle kanten uiteen. Wij moesten in de wagon blijven onder het waakzame oog van onze bewakers en het beste dat we konden doen was tijdens iedere aanval languit op de vloer te gaan liggen. Na een aantal spannende minuten was de aanval ten einde en snelden de Thunderbolts met goed resultaat huiswaarts. De loc zat van voor naar achter vol met kogelgaten en we moesten een uur of zo wachten voor vervanging. De resterende reis verliep zonder problemen en we bereikten Amsterdam om ongeveer elf uur. Een vrachtwagen met open laadbak arriveerde en bracht ons naar een behoorlijk groot gebouw dat was omgebouwd tot gevangenis. We werden ieder apart in lange nauwe cellen geplaatst, voorzien van een stoel, een tafel en een bed. Ik kroop in het bed en sliep in een mum van tijd.

Redactie:   Hierna werden Ken en Dick vervoerd naar Venlo, waar hun transport wachtte naar hun krijgsgevangenenkamp in Bankau, Silesië, Polen, Stalag Luft VII. Don en Stanley belandden in andere kampen. Allen verbleven de rest van de oorlog in Duitse gevangenschap en ondergingen het vreselijke lot betrokken te worden bij de beruchte Dodenmarsen. in de vreselijke winter van 1944/1945, tijdens welke ze dagen achtereen kilometerslang moesten lopen naar een kamp dichtbij Luckenwalde, 30 kilometer ten zuiden van Berlijn, genaamd Stalag III-A. De Duitsers waren zo bang voor het naderende Russische leger dat ze alles deden uit hun handen te blijven, hun gevangenen meesleurend in deze absurde massaontsnapping. Klik hier en hier voor een kort dagboek bijgehouden door een RAF krijgsgevangene, over de bewuste mars waaraan ook Ken en Dick deelnamen .

Alle vier de mannen overleefden de oorlog gelukkig, drie keerden terug naar hun geliefde Engeland en één naar Canada.

Zowel Ken Lane als Dick Raymond beveelt het boek over de Dodenmars "The Last Escape" by John Nichol & Tony Rendell, ISBN-13: 9780141003887 van harte aan. Volgens Dick is dit geschreven "precies zoals het was". Ook zeer de moeite van het lezen waard is "Men of Air" by Kevin Wilson, ISBN-13: 9780753823989, waarin de heren allebei voorkomen met hun verhalen. De boeken zijn helaas alleen verkrijgbaar in Engels.

Naar pagina K.A.Lane